Verleden, heden, toekomst. In tijden van corona, lijken die begrippen nog meer afgebakend dan ooit daarvoor. We weten namelijk maar al te goed hoe het in het verleden was, met bomvolle tribunes met een uitzinnige menigte, een kantine waar je je een gang moest banen naar de bar en luidkeels in elkaars gezicht liep te schreeuwen om te vragen hoe het met iemand ging. Maar helaas, we leven in het heden met gelukkig wat minder, maar nog steeds wel de beperkingen van het hedendaagse corona-virus. En dan de toekomst. Ja, de toekomst. Hoe zal het ooit worden in de toekomst? En wanneer zal die toekomst er weer zijn? Dat is ons huidige heden, terwijl we in een recent verleden nog gewoon dachten dat het vorige korfbalseizoen het verleden was, de zomervakantie het rustige heden en het pas gestartte korfbalseizoen de toekomst. Maar natuurlijk is dat nog steeds zo. Al moeten we maar niet teveel meer nadenken over het abrupt afgebroken en langzaam en moeizaam weer opkrabbelende korfbalseizoen van vorig jaar. Laten we denken aan het heden: een welverdiende, maar qua weer niet altijd beloonde, vakantie achter de rug en dan het komende seizoen in het vooruitzicht! Het ziet er namelijk naar uit, we hopen en we smachten ernaar, dat het komende seizoen heel bijzonder gaat worden! Want… het komende seizoen wordt waarschijnlijk weer… een gewóón korfbalseizoen!

Filosofen en ethici kunnen over dat woordje ‘gewoon’ natuurlijk niet uitgepraat raken, maar als gewone korfbalmoeder, betekent dat toch gewoon: trappelende kinderen die weer mogen trainen, racen uit je werk om het eten op tijd klaar te hebben, rondslingerende korfbaltassen, korfbalzand op de deurmat, wasmanden vol met nietwelriekende sokken en bovenal: Na een gezellige zaterdag langs de lijn met andere ouders, eindelijk weer eens die mooie nieuwe Groengele shirts aan de waslijn! Wat kan gewoon toch heerlijk zijn!

Zo konden we aan het eind van het vorig seizoen na een recreantentraining, voor het eerst weer ‘gewoon’ gezellig nazitten, buiten, weliswaar op anderhalve meter. Hoe we erop kwamen, weet ik niet meer. Maar wat hadden we het gemist, dit samenzijn en we beseften nu pas wat een vereniging als GroenGeel, met al zijn activiteiten en saamhorigheid, met en voor een mens doet. We beseften dat we een mooie vereniging hebben, die ondanks alle corona-ellende, toch gewoon is blijven draaien. Het kloppend hart is al die tijd blijven kloppen en er is van alles verricht om toch zoveel mogelijk wél door te laten gaan. En dat is in het verleden ook altijd gebeurd, met alle activiteiten die er ooit georganiseerd zijn, op korfbalgebied, maar zeker ook daarbuiten. ‘Wist je dat we daarvan nog een heel ‘archief’ hebben?’ ‘Oja?’ ‘Ja, dat wist ik wel, zegt een ander.’ ‘Maar waar ligt dat dan?’

Pas een half jaar geleden, toen we zochten naar een paar foto’s van onze afscheidnemende, oudste scheidsrechter, werd ik gewezen op ‘het archief’ van GroenGeel. Met een krom sleuteltje werd ik toen op een onopvallende deur gewezen. Bij het opendoen van die deur, bleek dat die volledig geblokkeerd was door een enorme pijp. De naastgelegen openslaande deur moest ontgrendeld worden, waarmee we, met de heupen zijwaarts gedraaid, ons net langs een enorm apparaat konden wurmen. En daar… daar achteraan in de schemering, werd een walhalla zichtbaar voor stoffige types zoals ik. Een stelling vol met dozen, ingebonden boeken, stapels fotoboeken, plakboeken met krantenartikelen en een plank vol met in mijn ogen recente ‘Banden’ met die zo herkenbare gele schudbladen. Mezelf een weg zoekend langs het stoffige apparaat en tussen de dozen door op de grond, kon ik de stelling bereiken. Ik pakte een ouderwets, maar zeer solide en mooi ingebonden boek van de plank. Heel voorzichtig sla ik het boek open met het, al naar bruin vergeelde, kwetsbare papier. Ik lees op een pagina de op een typemachine uitgetypte tekst. Het gaat over korfbal. Als ik terugblader, blijkt dat het een clubblad is uit de jaren ’50. Het stoffige type komt nu echt in mij naar boven en ik word op slag een sentimentele archief-doos. Een ander ingebonden boek blijkt namelijk nog tien jaar ouder. ‘Wat is dit gaaf!’ roep ik naar de andere snuffelaars die niet verder gekomen zijn dan de kachelpijp omdat ik de weg blokkeer. ‘Zonde dat het hier ligt, zeg!’ ‘Maar hé, we zijn op zoek naar foto’s van de scheidsrechter.’ We plukken een paar fotoboeken tussen de planken vandaan, maar komen tot de conclusie dat er veel foto’s zijn van korfbal, teamfoto’s, huldigingen, feestjes en uitjes, maar eigenlijk helemaal niet van scheidsrechters. We leggen de boeken terug op de planken, sluiten de deur en laten het archief in de droge, donkere ruimte achter, waar het tenslotte al zoveel jaren ligt.

En nu, wanneer ik dit een half jaar later vertel, blijken er veel meer stoffige types met een sentiment voor het verleden binnen GroenGeel te zijn. Maar niet omdat zij zo in het verleden leven. Nee, we kijken juist naar de toekomst! Want laten we weer eens verder in de toekomst kijken, naar 2023, of specifieker: november 2023. De échte Groengeler weet, dat we dan ons eeuwfeest gaan vieren. Wat zou er mooier zijn, als we dan al deze mooie documenten, verhalen en herinneringen, goed bewaard en beter toegankelijk kunnen hebben voor een groter publiek dan die ene waaghals die zich achter de kachelpijp moet wurmen? Op slag worden er mensen enthousiast. Met z’n drieën zijn we inmiddels een plan aan het uitbroeden en er zijn al een aantal mensen die hun hulp hebben aangeboden voor als we zover zijn.

Voor de toekomst heb ik in ieder geval weer wat te doen en wat is er leuker om dat met een groep enthousiastelingen te doen. Want wat is er mooier om in deze tijd te denken aan het GroenGeel-korfbalverleden en vooral: haar eeuwige toekomst!

Mariëtte

Stoffig type

Door Mariëtte Koomen, 13 days ago

Verleden, heden, toekomst. In tijden van corona, lijken die begrippen nog meer afgebakend dan ooit daarvoor. We weten namelijk maar al te goed hoe het in het verleden was, met bomvolle tribunes met een uitzinnige menigte, een kantine waar je je een gang moest banen naar de bar en luidkeels in elkaars gezicht liep te schreeuwen om te vragen hoe het met iemand ging. Maar helaas, we leven in het heden met gelukkig wat minder, maar nog steeds wel de beperkingen van het hedendaagse corona-virus. En dan de toekomst. Ja, de toekomst. Hoe zal het ooit worden in de toekomst? En wanneer zal die toekomst er weer zijn? Dat is ons huidige heden, terwijl we in een recent verleden nog gewoon dachten dat het vorige korfbalseizoen het verleden was, de zomervakantie het rustige heden en het pas gestartte korfbalseizoen de toekomst. Maar natuurlijk is dat nog steeds zo. Al moeten we maar niet teveel meer nadenken over het abrupt afgebroken en langzaam en moeizaam weer opkrabbelende korfbalseizoen van vorig jaar. Laten we denken aan het heden: een welverdiende, maar qua weer niet altijd beloonde, vakantie achter de rug en dan het komende seizoen in het vooruitzicht! Het ziet er namelijk naar uit, we hopen en we smachten ernaar, dat het komende seizoen heel bijzonder gaat worden! Want… het komende seizoen wordt waarschijnlijk weer… een gewóón korfbalseizoen!

Filosofen en ethici kunnen over dat woordje ‘gewoon’ natuurlijk niet uitgepraat raken, maar als gewone korfbalmoeder, betekent dat toch gewoon: trappelende kinderen die weer mogen trainen, racen uit je werk om het eten op tijd klaar te hebben, rondslingerende korfbaltassen, korfbalzand op de deurmat, wasmanden vol met nietwelriekende sokken en bovenal: Na een gezellige zaterdag langs de lijn met andere ouders, eindelijk weer eens die mooie nieuwe Groengele shirts aan de waslijn! Wat kan gewoon toch heerlijk zijn!

Zo konden we aan het eind van het vorig seizoen na een recreantentraining, voor het eerst weer ‘gewoon’ gezellig nazitten, buiten, weliswaar op anderhalve meter. Hoe we erop kwamen, weet ik niet meer. Maar wat hadden we het gemist, dit samenzijn en we beseften nu pas wat een vereniging als GroenGeel, met al zijn activiteiten en saamhorigheid, met en voor een mens doet. We beseften dat we een mooie vereniging hebben, die ondanks alle corona-ellende, toch gewoon is blijven draaien. Het kloppend hart is al die tijd blijven kloppen en er is van alles verricht om toch zoveel mogelijk wél door te laten gaan. En dat is in het verleden ook altijd gebeurd, met alle activiteiten die er ooit georganiseerd zijn, op korfbalgebied, maar zeker ook daarbuiten. ‘Wist je dat we daarvan nog een heel ‘archief’ hebben?’ ‘Oja?’ ‘Ja, dat wist ik wel, zegt een ander.’ ‘Maar waar ligt dat dan?’

Pas een half jaar geleden, toen we zochten naar een paar foto’s van onze afscheidnemende, oudste scheidsrechter, werd ik gewezen op ‘het archief’ van GroenGeel. Met een krom sleuteltje werd ik toen op een onopvallende deur gewezen. Bij het opendoen van die deur, bleek dat die volledig geblokkeerd was door een enorme pijp. De naastgelegen openslaande deur moest ontgrendeld worden, waarmee we, met de heupen zijwaarts gedraaid, ons net langs een enorm apparaat konden wurmen. En daar… daar achteraan in de schemering, werd een walhalla zichtbaar voor stoffige types zoals ik. Een stelling vol met dozen, ingebonden boeken, stapels fotoboeken, plakboeken met krantenartikelen en een plank vol met in mijn ogen recente ‘Banden’ met die zo herkenbare gele schudbladen. Mezelf een weg zoekend langs het stoffige apparaat en tussen de dozen door op de grond, kon ik de stelling bereiken. Ik pakte een ouderwets, maar zeer solide en mooi ingebonden boek van de plank. Heel voorzichtig sla ik het boek open met het, al naar bruin vergeelde, kwetsbare papier. Ik lees op een pagina de op een typemachine uitgetypte tekst. Het gaat over korfbal. Als ik terugblader, blijkt dat het een clubblad is uit de jaren ’50. Het stoffige type komt nu echt in mij naar boven en ik word op slag een sentimentele archief-doos. Een ander ingebonden boek blijkt namelijk nog tien jaar ouder. ‘Wat is dit gaaf!’ roep ik naar de andere snuffelaars die niet verder gekomen zijn dan de kachelpijp omdat ik de weg blokkeer. ‘Zonde dat het hier ligt, zeg!’ ‘Maar hé, we zijn op zoek naar foto’s van de scheidsrechter.’ We plukken een paar fotoboeken tussen de planken vandaan, maar komen tot de conclusie dat er veel foto’s zijn van korfbal, teamfoto’s, huldigingen, feestjes en uitjes, maar eigenlijk helemaal niet van scheidsrechters. We leggen de boeken terug op de planken, sluiten de deur en laten het archief in de droge, donkere ruimte achter, waar het tenslotte al zoveel jaren ligt.

En nu, wanneer ik dit een half jaar later vertel, blijken er veel meer stoffige types met een sentiment voor het verleden binnen GroenGeel te zijn. Maar niet omdat zij zo in het verleden leven. Nee, we kijken juist naar de toekomst! Want laten we weer eens verder in de toekomst kijken, naar 2023, of specifieker: november 2023. De échte Groengeler weet, dat we dan ons eeuwfeest gaan vieren. Wat zou er mooier zijn, als we dan al deze mooie documenten, verhalen en herinneringen, goed bewaard en beter toegankelijk kunnen hebben voor een groter publiek dan die ene waaghals die zich achter de kachelpijp moet wurmen? Op slag worden er mensen enthousiast. Met z’n drieën zijn we inmiddels een plan aan het uitbroeden en er zijn al een aantal mensen die hun hulp hebben aangeboden voor als we zover zijn.

Voor de toekomst heb ik in ieder geval weer wat te doen en wat is er leuker om dat met een groep enthousiastelingen te doen. Want wat is er mooier om in deze tijd te denken aan het GroenGeel-korfbalverleden en vooral: haar eeuwige toekomst!

Mariëtte