‘Ja, dat zou wel lekker zijn. Maar het is mijn moeder, hè, die rijdt. Niet mijn vader…’ hoor ik mijn zoon zeggen als ik na de wedstrijd over het inmiddels door iedereen verlaten veld naar het reservebankje loop. Ik wil naar huis en voel het ongeduld in mijn lijf. Maar dat gevoel ebt al snel weg, bij de aanblik van dit aandoenlijke tafereel. 

Daar zitten, op het heetst van de dag, vier teleurgestelde, vermoeide en hongerige jongens, die inmiddels een kop groter zijn dan ik, voorovergebogen en teleurgesteld voor zich uit te staren. Ondertussen worden op hun dooie akkertje pogingen gedaan om schoenen te verwisselen. Af en toe wisselen ze een woord tegen elkaar. Het publiek, de tegenpartij en zelfs de rest van hun team is al onderweg naar de auto’s, want zelfs de meiden hadden niet zo lang werk als deze vier jongens.

Het was die wedstrijd waar wij als publiek in de rust van zeiden: ‘Ze spelen écht leuk korfbal!’ Snel overspelen, goed vrijlopen, werken voor elkaar, balletjes recht in de handen en het allerbelangrijkste: ze schieten veel en schieten raak.’ Het was superleuk om naar te kijken. 

In de rust stond GroenGeel met acht punten voor en de team-app werd gevuld met lovende woorden van afwezige coaches en ouders. In de euforie werden we er melig van. Tijd voor een bakkie. En wie een bakkie neemt bij Tempo, stuit niet op een nieuwe naamsponsor die de sublieme naam ‘IJskoud de beste’ heeft, maar op een beker(tjes)-sponsor, die beddenspecialist is en als slogan hanteert: ‘De wedstrijd win je in bed!’ En als je dan al melig bent, dan wekt zo’n tekst fronsende wenkbrauwen en vragende en ondeugende blikken op. En als dan een wijze ouder ook nog zegt: ‘Nou, dat klopt toch? Als je goed slaapt voor de wedstrijd, kom je fris en fruitig, uitgeslapen in het veld!’ We kijken haar vragend aan. 

‘We moeten het thuisfront waarschuwen.’ Helemaal in een deuk, onder het mompelen van een slap excuus naar de toeschouwers van de tegenpartij dat niet iedereen van GroenGeel dit soort dingen doet, houdt de ene ouder de deksel van de kliko-bak open en maakt de ander een foto van de hilarische tekst op het inmiddels weggegooide bekertje. Fijntjes wordt de foto op de team-app gedeeld, om maar duidelijk te maken aan het thuisfront, dat ze wel zo lovend kunnen zijn, maar dat wij inmiddels weten dat de wedstrijd pas wordt beslist... in bed! Ongetwijfeld heeft niemand die kronkel begrepen. Zeker niet toen in de tweede helft de tegenpartij ‘leuk’ ging spelen en GroenGeel volledig instortte en in de einduitslag uiteindelijk met twee punten door hen werd overtroffen, met deze vier teleurgestelde blikken tot gevolg. Soms ligt het verschil tussen ‘leuk’ en ‘niet leuk’ erg dicht bij elkaar. 

‘Denk jij nou echt dat alleen je vader de weg naar de MacDonald’s weet?’ Vragend en met een verlegen blik, maar met een lichte glimlach om de mond, kijken de vier mannen naar me op. ‘Gaan we naar de MacDonald’s dan?’ ‘Zullen we deze dag dan toch maar leuk afsluiten, mannen?’ Met een opgewekter en blij gezicht, wurmen ze hun lunchpakketjes met verfomfaaide broodjes met half gesmolten kaas, weer terug in hun tas. ‘Yes!’

Korfbal is een leuk spel. Om naar te kijken, om te spelen. Ja, vaak is het leuk. Zeker als je wint, als je in de Play-offs komt of als je met je team kampioen wordt en bovenop de salontafel, je medaille met wat lekkers in ontvangst mag nemen. Maar soms is korfbal ook helemaal niet leuk.  Het spel, de tegenstander, het soms veel te kleine, plastic mandje en het mooie nieuwe kunstgras kunnen soms hard en meedogenloos zijn. Soms zou je wensen dat de speeltijd met tien minuten werd ingekort, het scorebord voor een thuisdoelpunt met twee tegelijk optelde, de manden werden vervangen door die van de kangoeroes of dat we nog gewoon een oud knollenveld hadden. 

Dat laatste dacht ongetwijfeld het jeugdteam die dit Pinksterweekend voor hun belangrijke wedstrijd teruggevlogen moest worden naar Wormer, vast ook. Regen slaat tegen de ramen, windkracht 8 over het veld, een schot op de korf belandt in het Zwet. Helaas is tegenwoordig enige reden om een wedstrijd af te gelasten, alleen als het veld blank staat of de bliksemschichten om je oren slaan. Ondanks ons mooie nieuwe kunstgras, hoopte ik stiekem dat dat dit weekend zou gebeuren voor dit team. Want dit weekend, is korfbal best leuk, maar Pinksterkamp natuurlijk veel leuker! 

Toch vinden anderen kunstgras en korfbal zó leuk dat ze hun hele tuin bekleden met een lap kunstgras. Korfbalpalen erin, zodat er thuis nog even extra getraind, gecoacht en gedrild kan worden. Import-buurmannen met liefde voor bloemetjes en bijtjes, zien dat dan weer vanaf hun balkon en hebben meteen het idee dat iedere korfballer zo is. Naast alle vooroordelen die er toch al over de korfbalsport bestaan, zal hij nu ongetwijfeld helemaal een rare smaak van de sport en zijn beoefenaars hebben. En waarom mag nou juist hij, wel zijn visie op het korfbal delen in de Volkskrant? Als de buurman vanaf zijn balkon verder kijkt dan alleen die ene achtertuin, zal hij weten dat korfballers naast een korfbalpaal, het kunstgras toch meestal wel achterwege laten. Zij nemen het voor lief dat de ballen tussen de bloemetjes en bijtjes terechtkomen. Ongemerkt geeft deze buurman wel inspiratie. Het is tenslotte een goed idee om ons splinternieuwe buitencomplex nog gezelliger en milieuvriendelijker aan te kleden met wat fleurige bloemetjes om daarmee de naar de heemtuin verjaagde bijtjes, weer terug te lokken. En de ‘bietjes met vis’ zette een creatieve korfballer aan het denken: de beruchte Mosselbokaal van de recreanten was dit jaar daarom gevuld met allemaal leuke sleutelhanger-vissen! En hoe leuk is het dan om die roemruchte prijs, na jaren, zelf te mogen winnen?!  

Leuk is het zeker, als we als recreanten weer met drie ploegen strijden om die felbegeerde en altijd verrassende inhoud van die mosselpan. Dan zie je pas echt hoe leuk korfbal kan zijn. Want korfbal is niet alleen leuk als je het goed kan. We proberen en proberen om die bal met elkaar toch op enigerlei wijze door die mand te krijgen. Helaas kan de gelegenheidscoach roepen wat ie wil, maar de spelers luisteren alleen naar de stem van de trainster, omdat die stem nou eenmaal beter herkend wordt. Korfbaltermen worden niet begrepen: ‘Hou die bal vast, aanval!’ en de speler omarmt de bal met beide armen en beschermt hem met haar lichaam: ‘Ik moest hem toch vasthouden?’ vraagt ze onschuldig en met een vragende blik. Slap van het lachen om bloedfanatieke, maar meestal mislukkende acties of om niet-om-aan-te-ziene bewegingen die uiteindelijk leiden tot een zwaarwegend doelpunt. Of juist dat ongekende talent wat opeens bovenkomt in een sublieme actie. 

Korfbal is geweldig leuk, op ieder niveau, binnen de lijnen of buiten de lijnen: het is maar wat je er zelf van maakt! En daarom wordt er aan het eind van het seizoen weer van alles georganiseerd om het juist ook buiten het veld leuk en gezellig te maken. Dingen waar we allemaal aan mee kunnen doen. Dat maakt het, dat iedereen een korfballer kan zijn of zich een korfballer kan voelen. Of hij het nou leuk vindt, of niet. 

Mariëtte

Leuk korfbal

Door Mariëtte Koomen, 3 months ago

‘Ja, dat zou wel lekker zijn. Maar het is mijn moeder, hè, die rijdt. Niet mijn vader…’ hoor ik mijn zoon zeggen als ik na de wedstrijd over het inmiddels door iedereen verlaten veld naar het reservebankje loop. Ik wil naar huis en voel het ongeduld in mijn lijf. Maar dat gevoel ebt al snel weg, bij de aanblik van dit aandoenlijke tafereel. 

Daar zitten, op het heetst van de dag, vier teleurgestelde, vermoeide en hongerige jongens, die inmiddels een kop groter zijn dan ik, voorovergebogen en teleurgesteld voor zich uit te staren. Ondertussen worden op hun dooie akkertje pogingen gedaan om schoenen te verwisselen. Af en toe wisselen ze een woord tegen elkaar. Het publiek, de tegenpartij en zelfs de rest van hun team is al onderweg naar de auto’s, want zelfs de meiden hadden niet zo lang werk als deze vier jongens.

Het was die wedstrijd waar wij als publiek in de rust van zeiden: ‘Ze spelen écht leuk korfbal!’ Snel overspelen, goed vrijlopen, werken voor elkaar, balletjes recht in de handen en het allerbelangrijkste: ze schieten veel en schieten raak.’ Het was superleuk om naar te kijken. 

In de rust stond GroenGeel met acht punten voor en de team-app werd gevuld met lovende woorden van afwezige coaches en ouders. In de euforie werden we er melig van. Tijd voor een bakkie. En wie een bakkie neemt bij Tempo, stuit niet op een nieuwe naamsponsor die de sublieme naam ‘IJskoud de beste’ heeft, maar op een beker(tjes)-sponsor, die beddenspecialist is en als slogan hanteert: ‘De wedstrijd win je in bed!’ En als je dan al melig bent, dan wekt zo’n tekst fronsende wenkbrauwen en vragende en ondeugende blikken op. En als dan een wijze ouder ook nog zegt: ‘Nou, dat klopt toch? Als je goed slaapt voor de wedstrijd, kom je fris en fruitig, uitgeslapen in het veld!’ We kijken haar vragend aan. 

‘We moeten het thuisfront waarschuwen.’ Helemaal in een deuk, onder het mompelen van een slap excuus naar de toeschouwers van de tegenpartij dat niet iedereen van GroenGeel dit soort dingen doet, houdt de ene ouder de deksel van de kliko-bak open en maakt de ander een foto van de hilarische tekst op het inmiddels weggegooide bekertje. Fijntjes wordt de foto op de team-app gedeeld, om maar duidelijk te maken aan het thuisfront, dat ze wel zo lovend kunnen zijn, maar dat wij inmiddels weten dat de wedstrijd pas wordt beslist... in bed! Ongetwijfeld heeft niemand die kronkel begrepen. Zeker niet toen in de tweede helft de tegenpartij ‘leuk’ ging spelen en GroenGeel volledig instortte en in de einduitslag uiteindelijk met twee punten door hen werd overtroffen, met deze vier teleurgestelde blikken tot gevolg. Soms ligt het verschil tussen ‘leuk’ en ‘niet leuk’ erg dicht bij elkaar. 

‘Denk jij nou echt dat alleen je vader de weg naar de MacDonald’s weet?’ Vragend en met een verlegen blik, maar met een lichte glimlach om de mond, kijken de vier mannen naar me op. ‘Gaan we naar de MacDonald’s dan?’ ‘Zullen we deze dag dan toch maar leuk afsluiten, mannen?’ Met een opgewekter en blij gezicht, wurmen ze hun lunchpakketjes met verfomfaaide broodjes met half gesmolten kaas, weer terug in hun tas. ‘Yes!’

Korfbal is een leuk spel. Om naar te kijken, om te spelen. Ja, vaak is het leuk. Zeker als je wint, als je in de Play-offs komt of als je met je team kampioen wordt en bovenop de salontafel, je medaille met wat lekkers in ontvangst mag nemen. Maar soms is korfbal ook helemaal niet leuk.  Het spel, de tegenstander, het soms veel te kleine, plastic mandje en het mooie nieuwe kunstgras kunnen soms hard en meedogenloos zijn. Soms zou je wensen dat de speeltijd met tien minuten werd ingekort, het scorebord voor een thuisdoelpunt met twee tegelijk optelde, de manden werden vervangen door die van de kangoeroes of dat we nog gewoon een oud knollenveld hadden. 

Dat laatste dacht ongetwijfeld het jeugdteam die dit Pinksterweekend voor hun belangrijke wedstrijd teruggevlogen moest worden naar Wormer, vast ook. Regen slaat tegen de ramen, windkracht 8 over het veld, een schot op de korf belandt in het Zwet. Helaas is tegenwoordig enige reden om een wedstrijd af te gelasten, alleen als het veld blank staat of de bliksemschichten om je oren slaan. Ondanks ons mooie nieuwe kunstgras, hoopte ik stiekem dat dat dit weekend zou gebeuren voor dit team. Want dit weekend, is korfbal best leuk, maar Pinksterkamp natuurlijk veel leuker! 

Toch vinden anderen kunstgras en korfbal zó leuk dat ze hun hele tuin bekleden met een lap kunstgras. Korfbalpalen erin, zodat er thuis nog even extra getraind, gecoacht en gedrild kan worden. Import-buurmannen met liefde voor bloemetjes en bijtjes, zien dat dan weer vanaf hun balkon en hebben meteen het idee dat iedere korfballer zo is. Naast alle vooroordelen die er toch al over de korfbalsport bestaan, zal hij nu ongetwijfeld helemaal een rare smaak van de sport en zijn beoefenaars hebben. En waarom mag nou juist hij, wel zijn visie op het korfbal delen in de Volkskrant? Als de buurman vanaf zijn balkon verder kijkt dan alleen die ene achtertuin, zal hij weten dat korfballers naast een korfbalpaal, het kunstgras toch meestal wel achterwege laten. Zij nemen het voor lief dat de ballen tussen de bloemetjes en bijtjes terechtkomen. Ongemerkt geeft deze buurman wel inspiratie. Het is tenslotte een goed idee om ons splinternieuwe buitencomplex nog gezelliger en milieuvriendelijker aan te kleden met wat fleurige bloemetjes om daarmee de naar de heemtuin verjaagde bijtjes, weer terug te lokken. En de ‘bietjes met vis’ zette een creatieve korfballer aan het denken: de beruchte Mosselbokaal van de recreanten was dit jaar daarom gevuld met allemaal leuke sleutelhanger-vissen! En hoe leuk is het dan om die roemruchte prijs, na jaren, zelf te mogen winnen?!  

Leuk is het zeker, als we als recreanten weer met drie ploegen strijden om die felbegeerde en altijd verrassende inhoud van die mosselpan. Dan zie je pas echt hoe leuk korfbal kan zijn. Want korfbal is niet alleen leuk als je het goed kan. We proberen en proberen om die bal met elkaar toch op enigerlei wijze door die mand te krijgen. Helaas kan de gelegenheidscoach roepen wat ie wil, maar de spelers luisteren alleen naar de stem van de trainster, omdat die stem nou eenmaal beter herkend wordt. Korfbaltermen worden niet begrepen: ‘Hou die bal vast, aanval!’ en de speler omarmt de bal met beide armen en beschermt hem met haar lichaam: ‘Ik moest hem toch vasthouden?’ vraagt ze onschuldig en met een vragende blik. Slap van het lachen om bloedfanatieke, maar meestal mislukkende acties of om niet-om-aan-te-ziene bewegingen die uiteindelijk leiden tot een zwaarwegend doelpunt. Of juist dat ongekende talent wat opeens bovenkomt in een sublieme actie. 

Korfbal is geweldig leuk, op ieder niveau, binnen de lijnen of buiten de lijnen: het is maar wat je er zelf van maakt! En daarom wordt er aan het eind van het seizoen weer van alles georganiseerd om het juist ook buiten het veld leuk en gezellig te maken. Dingen waar we allemaal aan mee kunnen doen. Dat maakt het, dat iedereen een korfballer kan zijn of zich een korfballer kan voelen. Of hij het nou leuk vindt, of niet. 

Mariëtte