Daar lig ik dan. Op mijn rug onder een grote appelboom op één van de vele idyllische plekjes die Wormerland rijk is. Ik hoor de kippetjes naast me scharrelen in het gras. De vogels fluiten om het hardst om hun pas uitgevlogen jongen te laten weten dat het etenstijd is en in de sloot is het een waar kikkerconcert. Even een momentje rust in deze hectische maanden. Hoe lang is het geleden dat we binnen een week van een bomvolle sporthal waarin we de overwinning op KZ vierden, binnen een paar dagen instructies kregen om geen handen meer te schudden en donderdags het bericht kregen dat het korfbalcomplex gesloten moest blijven? Inmiddels is er veel gebeurd en is ons denken en doen flink veranderd.

Degene die een half jaar in de ruimte heeft gebivakkeerd en terugkeert op aarde, weet niet wat hij ziet. Als je van een afstandje naar onze huidige werkelijkheid kijkt, zou je er stiekem een glimlach van op je gezicht krijgen en er misschien wel het stempel: ‘bijzonder’ of ‘bizar’ aan geven. Waar we begonnen met elleboog-schudden en een voet-boks, lijken die inmiddels uit den boze. We lopen inmiddels op straat, in de winkels en op het werk, in een omslachtige boog van anderhalve meter ongemakkelijk om elkaar heen te draaien alsof we een besmettelijke ziekte hebben. Oké, dat hebben we ook. Of hebben we niet. Of… nou ja, dat weten we eigenlijk niet, maar we willen we die nare ziekte in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen. We kennen inmiddels genoeg bekenden die het gehad hebben en het is niet iets om mee te spotten.

Daarom werken we nu allemaal thuis, inclusief de kids en blijkt met een vleugje (van vooral digitale) creativiteit, het werk gewoon door te kunnen gaan. Het oplossen van, normaal gesproken, kleine problemen, blijkt echter niet eenvoudig. Alles gaat minder efficiënt en denk je regelmatig na een dag hard werken: ‘wat heb ik nou eigenlijk in hemelsnaam gedaan vandaag?’ In huis is het zoeken naar een geschikte ruimte, word je zo nu en dan van je plek verjaagd en hangen er regelmatig bordjes met ‘niet storen’ aan de slaapkamerdeuren om rustig online te kunnen vergaderen, lessen te volgen of examens te doen. Het is een tijd van inschikken, samen leven, samen genieten van thuis, hulp vragen en hulp geven, gemis van vrienden, familie en sportmaatjes, verveling, leegte, zorgen, kloven in je handen van het vele wassen, waardering van goed internet, hoge telefoonrekeningen, maar bovenal ook creativiteit. Dat blijkt wel weer als je in de supermarkt, week na week verdwaasd voor een leeg schap staat, waar in een ver verleden de pakken bakmeel stonden. Die keren dat er wél een paar pakken staan, voel je het oerinstinct in je bovenkomen en neem je toch stiekem het maximale aantal van twee pakken mee. Ook zo in de bouwmarkt: bizar gezicht, die vrijwel lege schappen verfkwasten en verfrollers. En dan die immense rij voor de gemeentewerf. Het is wel duidelijk in deze tijd: Heel Holland Bakt, Heel Holland Klust en Heel Holland Ruimt op!

Alles is anders, lijkt de automatische piloot niet te werken en is het alsof ik overal bij na moet denken. Ik word er soms moe van en verlang er regelmatig naar om even weg te zijn van deze bizarre wereld en deze rare tijd waarin we nu leven. Een verlangen naar een momentje rust voor mezelf, liggend in het gras, onder een grote appelboom met scharrelende kippetjes om me heen… Heerlijk dat de yogalessen weer zijn begonnen. Weliswaar niet binnen, maar noodgedwongen buiten. Er strijkt een zacht briesje over mijn gezicht. Rust… Ontspanning… de geluiden om mij heen verstommen en ik ben heel ver weg.

Opeens pikt er een kip aan mijn arm. ‘Stomme kip! Ik schrik me rot!’ denk ik. Zonder me te verroeren en het gelukkig niet uit te schreeuwen, schiet de adrenaline door m’n lijf. Ik zie de yoga-docente glimlachen naar mij en de kippetjes. ‘Niet oordelen’ denk ik er direct achteraan als een echte yogini, maar ik ben weer meteen van deze wereld. Ik blijf muisstil liggen om de anderen niet te storen in hun ontspanningsoefening, maar ik ben me weer volledig bewust van het hier en nu waarin ik mij bevind.

De wind is inmiddels gedraaid en ik hoor gelach en geschreeuw vanaf het even verderop gelegen GroenGeel-veld. Wat heerlijk dat er weer getraind kan worden. Vanaf het moment van die bewuste donderdagavond 12 maart, was het even heel hectisch binnen de gelederen. Alles moest stil gelegd worden, werd afgeblazen en afgesloten. Er werd gebeld, ge-appt, gemaild. Maar daarna werd het stil… Heel stil, té stil, te láng stil... Korfballen leek niet meer bij deze wereld te horen. Toch hoorde korfbal wel bij onze wereld. Het korfbalhart blijft altijd kloppen.

Toch moest er wel wat gebeuren. Er zal uiteindelijk toch weer een moment gaan komen dat korfbal wél weer tot onze wereld gaat behoren?! Daar is net als ieder jaar, weer veel voor nodig: trainers, coaches, samenstellen van teams, doorgeven aan de KNKV met hoeveel teams we komend seizoen op welk niveau denken te gaan spelen. We moeten wel dóór. De slagader van Groengeel bleef ook nu werken. Achter de schermen gaat het altijd door binnen de vereniging.

Tot het moment dat er een aantal weken geleden op de persconferentie werd gezegd, dat er weer getraind mocht gaan worden. Weliswaar alleen voor de jeugd. En binnen de kaders. Opeens was er weer volop leven binnen GroenGeel! De telefoon stond bol van enthousiaste appjes, ideeën, plannen en trappelende ouders die zich afvroegen of hun stuiterende kinderen zich morgen al mochten melden bij GroenGeel, zodat ze hun overtollige energie kwijt konden raken.

Maar dat bleek allemaal niet zo eenvoudig. Er moest veel geregeld worden om GroenGeel weer open te stellen. Niet alleen moest er rekening gehouden worden met de maatregelen van de RIVM, maar het moest ook passend zijn binnen de kaders van de regering en de gemeente, die op hun beurt weer afwachtten wat de veiligheidsregio erover te zeggen had. Daarnaast waren er de richtlijnen en adviezen vanuit de KNKV, die zich daarbij lieten adviseren door het NOC/NSF. Het kan niet anders dat bij die instanties, mensen dag en nacht aan het werk zijn geweest, want binnen een paar dagen was bekend aan welke voorwaarden de sportclubs in Wormerland geacht werden te voldoen. Er moest een plan geschreven worden hoe GroenGeel het zou gaan aanpakken en dat moest ter beoordeling naar de gemeente gestuurd worden. Avond aan avond werd er vergaderd, plannen bedacht en geschreven. De wereld bestond vanaf die dag weer grotendeels uit: GroenGeel!

‘Moet je kijken’ zegt mijn ega nadat hij ‘even een half uurtje’ naar GroenGeel moest, maar na een paar uur pas weer thuis komt. Hij laat een filmpje op zijn telefoon zien. ‘Kijk, zo zien de Coco’s eruit’. ‘Coco’s?’ vraag ik als ik me afvraag of een ‘coco’ staat voor de papegaaiensoort die sinds een paar jaar in Wormer rondvliegt of een als clown uitgedoste dorpsgek. ‘Een CoCo staat voor een ‘Corona-Coördinator. Kijk, we hebben van die mooie hesjes voor ze, net als in de supermarkt! Na de oproep op de website, hadden zicht binnen no-time een leger aan coco’s aangemeld en het hele coco-schema is compleet. Echt superfijn zoveel aanmeldingen, want daarmee voldoen we aan de regels! Het trainingsschema is rond, de trainers zijn bereid, de routing van binnenkomst, handen wassen, palen neerzetten, schoonmaken en weer weggaan is klaar. We kunnen volgende week de betrokkenen de maatregelen uitleggen en daarna kunnen de trainingen beginnen. En dit filmpje hebben we ter plekke bedacht en gemaakt, want filmpjes werken toch veel beter dan een lap tekst.’ Het filmpje van de wandelende GroenGeler die gaat trainen, wordt door zoonlief, wat je van een puber kan verwachten, van veelvuldig commentaar voorzien. Hilariteit bij het misschieten van de bal in de korf. Voor mij een teken dat het hoog tijd is, dat er weer getraind gaat worden. Nadat de kids zelf een eerste training hebben meegemaakt, is er begrip voor het missen van de natte, gedesinfecteerde bal in de ballenbak: ‘die ballen zijn echt superglad als er geen bacteriën meer opzitten!’ Binnen een paar uur wordt het filmpje gemonteerd en voorzien van ondertiteling en staat het online. De GroenGele energie is weer te voelen en het zand van het korfbalveld racet inmiddels weer uit de sokken bij de wasmachine.

En ondanks dat het allemaal nog niet gaat als ‘gewoon’, dat we geen partijtjes kunnen spelen, ouders hun kinderen niet kunnen zien genieten tijdens het korfbal, we niet kunnen nazitten, laat staan naborrelen en de échte korfbalcompetitie nog een ver-van-mijn-bed-show lijkt, zijn we toch blij dat we weer een beetje kunnen korfballen en de spelers elkaar weer kunnen ontmoeten.

Laten we hopen dat er na de zomer weer ‘gewonere’ tijden komen.

Want zeg nou eerlijk: rust en ontspanning is op z’n tijd best fijn. Maar actief bezig zijn met je favoriete sport, is toch wel het leukste wat er is.

Mariëtte

Coco’s enzo

Door Mariëtte Koomen, 44 days ago

Daar lig ik dan. Op mijn rug onder een grote appelboom op één van de vele idyllische plekjes die Wormerland rijk is. Ik hoor de kippetjes naast me scharrelen in het gras. De vogels fluiten om het hardst om hun pas uitgevlogen jongen te laten weten dat het etenstijd is en in de sloot is het een waar kikkerconcert. Even een momentje rust in deze hectische maanden. Hoe lang is het geleden dat we binnen een week van een bomvolle sporthal waarin we de overwinning op KZ vierden, binnen een paar dagen instructies kregen om geen handen meer te schudden en donderdags het bericht kregen dat het korfbalcomplex gesloten moest blijven? Inmiddels is er veel gebeurd en is ons denken en doen flink veranderd.

Degene die een half jaar in de ruimte heeft gebivakkeerd en terugkeert op aarde, weet niet wat hij ziet. Als je van een afstandje naar onze huidige werkelijkheid kijkt, zou je er stiekem een glimlach van op je gezicht krijgen en er misschien wel het stempel: ‘bijzonder’ of ‘bizar’ aan geven. Waar we begonnen met elleboog-schudden en een voet-boks, lijken die inmiddels uit den boze. We lopen inmiddels op straat, in de winkels en op het werk, in een omslachtige boog van anderhalve meter ongemakkelijk om elkaar heen te draaien alsof we een besmettelijke ziekte hebben. Oké, dat hebben we ook. Of hebben we niet. Of… nou ja, dat weten we eigenlijk niet, maar we willen we die nare ziekte in ieder geval zoveel mogelijk voorkomen. We kennen inmiddels genoeg bekenden die het gehad hebben en het is niet iets om mee te spotten.

Daarom werken we nu allemaal thuis, inclusief de kids en blijkt met een vleugje (van vooral digitale) creativiteit, het werk gewoon door te kunnen gaan. Het oplossen van, normaal gesproken, kleine problemen, blijkt echter niet eenvoudig. Alles gaat minder efficiënt en denk je regelmatig na een dag hard werken: ‘wat heb ik nou eigenlijk in hemelsnaam gedaan vandaag?’ In huis is het zoeken naar een geschikte ruimte, word je zo nu en dan van je plek verjaagd en hangen er regelmatig bordjes met ‘niet storen’ aan de slaapkamerdeuren om rustig online te kunnen vergaderen, lessen te volgen of examens te doen. Het is een tijd van inschikken, samen leven, samen genieten van thuis, hulp vragen en hulp geven, gemis van vrienden, familie en sportmaatjes, verveling, leegte, zorgen, kloven in je handen van het vele wassen, waardering van goed internet, hoge telefoonrekeningen, maar bovenal ook creativiteit. Dat blijkt wel weer als je in de supermarkt, week na week verdwaasd voor een leeg schap staat, waar in een ver verleden de pakken bakmeel stonden. Die keren dat er wél een paar pakken staan, voel je het oerinstinct in je bovenkomen en neem je toch stiekem het maximale aantal van twee pakken mee. Ook zo in de bouwmarkt: bizar gezicht, die vrijwel lege schappen verfkwasten en verfrollers. En dan die immense rij voor de gemeentewerf. Het is wel duidelijk in deze tijd: Heel Holland Bakt, Heel Holland Klust en Heel Holland Ruimt op!

Alles is anders, lijkt de automatische piloot niet te werken en is het alsof ik overal bij na moet denken. Ik word er soms moe van en verlang er regelmatig naar om even weg te zijn van deze bizarre wereld en deze rare tijd waarin we nu leven. Een verlangen naar een momentje rust voor mezelf, liggend in het gras, onder een grote appelboom met scharrelende kippetjes om me heen… Heerlijk dat de yogalessen weer zijn begonnen. Weliswaar niet binnen, maar noodgedwongen buiten. Er strijkt een zacht briesje over mijn gezicht. Rust… Ontspanning… de geluiden om mij heen verstommen en ik ben heel ver weg.

Opeens pikt er een kip aan mijn arm. ‘Stomme kip! Ik schrik me rot!’ denk ik. Zonder me te verroeren en het gelukkig niet uit te schreeuwen, schiet de adrenaline door m’n lijf. Ik zie de yoga-docente glimlachen naar mij en de kippetjes. ‘Niet oordelen’ denk ik er direct achteraan als een echte yogini, maar ik ben weer meteen van deze wereld. Ik blijf muisstil liggen om de anderen niet te storen in hun ontspanningsoefening, maar ik ben me weer volledig bewust van het hier en nu waarin ik mij bevind.

De wind is inmiddels gedraaid en ik hoor gelach en geschreeuw vanaf het even verderop gelegen GroenGeel-veld. Wat heerlijk dat er weer getraind kan worden. Vanaf het moment van die bewuste donderdagavond 12 maart, was het even heel hectisch binnen de gelederen. Alles moest stil gelegd worden, werd afgeblazen en afgesloten. Er werd gebeld, ge-appt, gemaild. Maar daarna werd het stil… Heel stil, té stil, te láng stil... Korfballen leek niet meer bij deze wereld te horen. Toch hoorde korfbal wel bij onze wereld. Het korfbalhart blijft altijd kloppen.

Toch moest er wel wat gebeuren. Er zal uiteindelijk toch weer een moment gaan komen dat korfbal wél weer tot onze wereld gaat behoren?! Daar is net als ieder jaar, weer veel voor nodig: trainers, coaches, samenstellen van teams, doorgeven aan de KNKV met hoeveel teams we komend seizoen op welk niveau denken te gaan spelen. We moeten wel dóór. De slagader van Groengeel bleef ook nu werken. Achter de schermen gaat het altijd door binnen de vereniging.

Tot het moment dat er een aantal weken geleden op de persconferentie werd gezegd, dat er weer getraind mocht gaan worden. Weliswaar alleen voor de jeugd. En binnen de kaders. Opeens was er weer volop leven binnen GroenGeel! De telefoon stond bol van enthousiaste appjes, ideeën, plannen en trappelende ouders die zich afvroegen of hun stuiterende kinderen zich morgen al mochten melden bij GroenGeel, zodat ze hun overtollige energie kwijt konden raken.

Maar dat bleek allemaal niet zo eenvoudig. Er moest veel geregeld worden om GroenGeel weer open te stellen. Niet alleen moest er rekening gehouden worden met de maatregelen van de RIVM, maar het moest ook passend zijn binnen de kaders van de regering en de gemeente, die op hun beurt weer afwachtten wat de veiligheidsregio erover te zeggen had. Daarnaast waren er de richtlijnen en adviezen vanuit de KNKV, die zich daarbij lieten adviseren door het NOC/NSF. Het kan niet anders dat bij die instanties, mensen dag en nacht aan het werk zijn geweest, want binnen een paar dagen was bekend aan welke voorwaarden de sportclubs in Wormerland geacht werden te voldoen. Er moest een plan geschreven worden hoe GroenGeel het zou gaan aanpakken en dat moest ter beoordeling naar de gemeente gestuurd worden. Avond aan avond werd er vergaderd, plannen bedacht en geschreven. De wereld bestond vanaf die dag weer grotendeels uit: GroenGeel!

‘Moet je kijken’ zegt mijn ega nadat hij ‘even een half uurtje’ naar GroenGeel moest, maar na een paar uur pas weer thuis komt. Hij laat een filmpje op zijn telefoon zien. ‘Kijk, zo zien de Coco’s eruit’. ‘Coco’s?’ vraag ik als ik me afvraag of een ‘coco’ staat voor de papegaaiensoort die sinds een paar jaar in Wormer rondvliegt of een als clown uitgedoste dorpsgek. ‘Een CoCo staat voor een ‘Corona-Coördinator. Kijk, we hebben van die mooie hesjes voor ze, net als in de supermarkt! Na de oproep op de website, hadden zicht binnen no-time een leger aan coco’s aangemeld en het hele coco-schema is compleet. Echt superfijn zoveel aanmeldingen, want daarmee voldoen we aan de regels! Het trainingsschema is rond, de trainers zijn bereid, de routing van binnenkomst, handen wassen, palen neerzetten, schoonmaken en weer weggaan is klaar. We kunnen volgende week de betrokkenen de maatregelen uitleggen en daarna kunnen de trainingen beginnen. En dit filmpje hebben we ter plekke bedacht en gemaakt, want filmpjes werken toch veel beter dan een lap tekst.’ Het filmpje van de wandelende GroenGeler die gaat trainen, wordt door zoonlief, wat je van een puber kan verwachten, van veelvuldig commentaar voorzien. Hilariteit bij het misschieten van de bal in de korf. Voor mij een teken dat het hoog tijd is, dat er weer getraind gaat worden. Nadat de kids zelf een eerste training hebben meegemaakt, is er begrip voor het missen van de natte, gedesinfecteerde bal in de ballenbak: ‘die ballen zijn echt superglad als er geen bacteriën meer opzitten!’ Binnen een paar uur wordt het filmpje gemonteerd en voorzien van ondertiteling en staat het online. De GroenGele energie is weer te voelen en het zand van het korfbalveld racet inmiddels weer uit de sokken bij de wasmachine.

En ondanks dat het allemaal nog niet gaat als ‘gewoon’, dat we geen partijtjes kunnen spelen, ouders hun kinderen niet kunnen zien genieten tijdens het korfbal, we niet kunnen nazitten, laat staan naborrelen en de échte korfbalcompetitie nog een ver-van-mijn-bed-show lijkt, zijn we toch blij dat we weer een beetje kunnen korfballen en de spelers elkaar weer kunnen ontmoeten.

Laten we hopen dat er na de zomer weer ‘gewonere’ tijden komen.

Want zeg nou eerlijk: rust en ontspanning is op z’n tijd best fijn. Maar actief bezig zijn met je favoriete sport, is toch wel het leukste wat er is.

Mariëtte