Halfjaarlijkse algemene ledenvergadering maandag 28 mei 2018

Beste leden, hierbij willen wij jullie van harte uitnodigen voor de Halfjaarlijkse Algemene Ledenvergadering.

Kangoeroedag

We hebben vandaag een Kangoeroedag voor de kleuters van Wormer georganiseerd. Meer dan 100 kinderen hebben genoten van een muzikale warming-up en leuke spelletjes op de velden! Kijk hier voor de eerste foto’s.

Aspirantenkamp foto's

De dagen zijn voorbij gevlogen en het kamp zit er al weer op!

Aankomst pupillenkamp 15:30 uur

Het pupillenkamp zit er al bijna weer op. De verwachting is dat ze om 15:30 uur bij Groen Geel aankomen.

Aspirantenkamp 17:05 op station wormerveer

Beste ouders,

Terug naar overzicht

Niet altijd wat het lijkt

Door Mariëtte Koomen, 4 maanden geleden

‘Mmm… is dat nou nieuws?’ Mijn zoon en ik zitten het journaal te kijken waarin wordt bericht dat een bekende mannelijke Belgische tv-correspondent, voortaan als vrouw door het leven zal gaan. De kalende man ziet er als vrouw een stuk jonger, knapper en vooral gelukkiger uit. ‘Als die man… nou ja, vrouw… euh… nou ja, wat ik wil zeggen: laat hem/ haar gewoon doen waar hij/ zij zich het prettigst bij voelt.’, zegt mijn zoon. ‘Zij’, zeg ik. ‘Hij is nu een vrouw.’ ‘Boeie… Maakt mij het uit.’ En zijn telefoon is weer belangrijker dan de toch best bijzondere en moedige beslissing van deze man.

Maar inderdaad lijken wij korfballers al heel wat gewend te zijn op het gebied van sekse-wisselingen. De dag ervoor, had ik nog de verwarring met een trainingsmaatje in een oefenpartijtje. ‘Je mag mij niet overnemen hoor, want ik ben een heer’. ‘Ja, ik ook!’ zegt de stralende dame die mij verdomd goed staat te verdedigen. Ik leer het ook nooit. Zijn de hesjes al voor mij uitgevonden om te zien tot welk team ik behoor, mogen er wat mij betreft ook nog hesjes komen voor het dames en heren onderscheid, want helaas is het chronisch herentekort ook doorgedrongen tot de recreanten.

Maar nee, die hesjes lijken ook niet alles. Bij wedstrijden met veel meiden in één of beide teams ontstaat er meestal een wirwar aan (liefst verschillend) gekleurde, wapperende hesjes. Met een beetje mazzel, heeft iedere dame van hetzelfde team die voor heer speelt, dezelfde kleur hesjes en zijn de hesjes van GroenGeel niet dezelfde kleur als de hesjes die de tegenpartij heeft meegenomen. Leuk wordt het, als de gekozen hesjes blauw zijn, als tegen een team in een blauw shirt wordt gespeeld of gele hesjes tegen een gele ploeg. Beter is het dan om als dame ongegeneerd je shirt uit te trekken om hem vervolgens weer binnenste buiten aan te trekken. Er is, in het leven van een jonge dame, meestal rond 11 jarige leeftijd, een kort moment van gene, waarin ze dit ‘écht niet’ in het openbaar gaat doen. Taferelen doen zich dan voor, achter de reserve-bankjes of de ruggen van hun moeder in het publiek, die doen denken aan preutse Duitsers die hun zwembroek willen aantrekken op een Hollands strand. Maar uiteindelijk komen ze, heel modern met de stiknaden in het zicht en de lelijke witvale groengele kleur aan de buitenkant, weer te voorschijn, waardoor je toch nog enig verschil ziet met de tegenpartij. Je vraagt je op zo’n moment als ouder echter wel af, waarom er ooit in zo’n mooi, trots GroenGeelshirt is geïnvesteerd. Sommige clubs zijn er slimmer in geworden. De honderd procent meidenteams hebben standaard 4 rode shirts met witte letters en 4 witte shirts met rode letters. Vraag me alleen niet of het de heren of de dames zijn die in het rood gekleed gaan. Ze hebben tenslotte allemaal nog een rokje aan. Het inschietshirt is ook een handig hulpmiddel om te laten zien dat je in het spel van geslacht bent veranderd. Dat zorgt echter nogal eens voor verhitte verwarring op de tribune bij de ouders: ‘Joehoe! Je hebt je inschiet-shirt nog aan!’ Maar blijkbaar veroorzaakt het alleen verwarring bij de ouders die niet lijken in te zien dat het niet is wat het lijkt. De scheidsrechters lijken daarentegen zelden problemen te hebben met zo’n vrolijke kleurenparade in het veld en fluiten onverschrokken hun wedstrijd.

Maar als we naar bovenstaande kijken, kunnen we ons wel afvragen of korfbal nou werkelijk zo genderneutraal is als het lijkt. Jongens en meiden worden aangesproken met de neutrale term ‘spelers’, ze trainen met elkaar, spelen wedstrijden met elkaar, dragen hetzelfde unisex shirt, genieten samen, en ja hoor, ze trouwen en douchen toch met elkaar?! Maar niets is wat het lijkt. Het onderscheid tussen heren en dames is nog altijd levensgroot in het wedstrijdkorfbal: op hoger niveau is het uit den boze dat er dames als heer ingezet mogen worden en telt een team gewoon vier rokjes en vier broekjes, want dat is volgens het KNKV écht korfbal.

Nou, en ook daarbij kan je je afvragen of de échte korfballer wel zo echt is als hij lijkt. Oké, op topsportniveau worden er échte korfbaltenue’s aangeschaft. Maar het blijft bijzonder dat het merendeel van de spelers die in een weekend het veld betreedt, weliswaar een GroenGeel ‘korfbal’shirt aan heeft, maar daaronder nog altijd een zwarte ‘voetbal’broek draagt en lange Groengele ‘voetbal’sokken, ontworpen door een voetbalclub elders in het land met toevallig dezelfde kleuren als die van ons. De dames dragen keurig een zwart ‘hockey’-rokje en daaronder prijken regelmatig ‘basketbal’schoenen. Dat is nog eens wat je noemt een gemengde sport. Van enige korfbalemancipatie lijkt al jaren geen sprake, al ben ik de laatste tijd, vooral op Dinsdag, een echte fan van de echte ‘korbalshop’ en dragen we tegenwoordig echte ‘korfbal’schoenen en echte ‘korfbal’sokken. Het is echter maar welke naam je het beestje geeft, want bij de outdoor-winkel zijn nagenoeg dezelfde sokken verkrijgbaar onder de noemer ‘wandelsokken’. En dat is dan weer de reden dat dit gezin tegenwoordig wandelt met ‘korfbal’sokken aan.

Langs het korfbalveld zijn meer dingen niet zoals ze lijken. Oké, er zijn mensen in het publiek die nou eenmaal harder kunnen schreeuwen dan de coach. Een goede ouder heeft tenslotte van nature de behoefte om zijn kind te ondersteunen met tips en wijsheid om goed te kunnen presteren waarbij hij hoopt dat het uiteindelijk de clubresultaten ten goede komt. Ze lijken vanaf de tribune goede aanwijzingen te geven aan hun kinderen. De kinderen lijken het te horen, want ze kijken geregeld naar de tribune, maar of dat ze nou werkelijk helpt om beter te kunnen spelen? Na de wedstrijd wordt het effect van al deze goede bedoelingen al snel duidelijk: ‘Pap, je moet niet zo schreeuwen, ik schaam me dood!’ ‘Mam, je zegt wel dat ik dat moet doen, maar de coach had nét gezegd dat we dat bij deze tegenstander juist níet moeten doen. Trouwens, ik luister toch niet naar je, want de coach zegt dat we niet naar de ouders aan de kant mogen luisteren, alleen maar naar hem.’ Of je krijgt de meest ware opmerking, maar tegelijkertijd de meest pijnlijke om je oren… ‘Jij hebt geen verstand van korfbal, mam, doe dan ook niet alsof je het begrijpt’. Ik hou tegenwoordig dus wijselijk mijn mond. Inmiddels kan ik niet wachten tot ik de moed heb verzameld om mijn spelregelbewijs te halen. Daar valt nog erg veel van te leren, daar ben ik van overtuigd. Maar ook met een spelregelbewijs lijkt het misschien of ik verstand heb van korfbal, ik ben echter bang, dat ook dat niet is wat het lijkt.

Dat dingen niet zijn zoals ze lijken, bleek laatst ook bij een wedstrijd van het vlaggenschip. We zochten een plekje op de tribune op veilige gehoorafstand van de toeters en trommels in de supportershoek. Een mooi plekje achter een paar ogenschijnlijk rustige grijze koppies van een generatie die zich op zaterdagavond liever met een korfbalwedstrijd vermaakt, dan thuis achter de geraniums zit, met de tv op MAX. De wedstrijd begon, maar het jonge supportersvak kwam maar moeizaam op gang. De trommelstokken kwamen niet verder dan een paar a-muzikale bonzen in het wilde weg en de teksten van de Groengele clubliederen waren hoorbaar nog niet aan deze generatie doorgegeven. Daar is duidelijk een enthousiaste dirigent, koorleider en drummer nodig om dat nieuw leven in te blazen. De grijze koppies voor ons, bleken daarentegen nog vol spirit te zijn. Na een korfballeven lang, in en naast het veld doorgebracht te hebben, ontpopte deze grootouder-generatie zich tot fanatieke korfbalfanaten. Met het temperament van jonge honden lieten zij zich horen, klapten hun handen stuk, balden hun vuisten en sprongen zij met regelmaat op om te juichen, aan te moedigen of te protesteren. Op enig moment vroeg ik mij af waar ik, in geval van nood, de AED zou kunnen vinden en dook ik met een onschuldige blik achter de grijze koppies weg, toen de scheidsrechter met een ietwat bestraffende en onderzoekende blik onze kant van de tribune afspeurde. Niets is wat het lijkt, maar dit was overduidelijk: vóór mij zat minstens 300 jaar korfbalervaring: daar valt niet mee te sollen.

En zo zal ook menig tegenstander op het verkeerde been zijn gezet in de zogenaamde ‘Hel van Wormer’. Met de route naar Groengeel, dat cluppie in dat kleine, provinciaalse dorpje achter de Zaanbrug. Een dorp wat op zaterdagavond volledig uitgestorven lijkt te zijn, met dat aardige, gemoedelijke complex in die burgerlijke woonwijk. Als dat nou ‘de hel’ moet zijn? Maar veel is niet zoals lijkt: het is alleen door welke ogen je het bekijkt.

Mariëtte